De Westerschelde is in de periode van eind april tot begin september een belangrijke broedplaats voor de Grote Stern: een vogel die in het kader van Natura 2000 wordt beschermd. Deze bescherming wordt uitgevoerd aan de hand van een algemeen erkend instandhoudingsdoel. 

Het broedsucces van de Grote Stern wordt mede beïnvloed door de baggerwerkzaamheden die nodig zijn om de havens in Zeeland bereikbaar te houden voor de scheepvaart. Bij het dumpen van het opgebaggerde slib neemt de doorzichtigheid van het water af. Veranderingen in dat doorzicht hebben effect op het vangstsucces van de Grote Stern en kunnen daarmee een effect hebben op broedsucces en het genoemde instandhoudingsdoel. 

Alkyon kan door hydromorfologische berekeningen voorspellen wat de verspreiding van het slib is en daarna uitrekenen wat het effect van slib dumpen op het doorzicht is. Met deze informatie kan weer een schatting van de verandering van het vangstsucces worden gegeven. IMARES heeft hiervoor een model ontwikkeld. De relatie tussen doorzicht en vangstsucces kan globaal worden weergegeven als een parabool. Bij helder water zien de vissen de vogels en maken dat ze wegkomen. Is het water te troebel, dan zien de vogels de vissen niet. Er bestaat dus een optimale situatie. Deze ligt niet bij het beste doorzicht, maar bij een bepaalde mate van ondoorzichtigheid. Op dat optimum is het vangstsucces 60%.

Het doel van dit project is om vast te stellen op welke manier en op welke plaatsen baggerslib kan worden gedumpt, zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor het vangstsucces en daarmee het broedsucces van de Grote Stern. 

Op de kaartjes van de Westerschelde hiernaast is duidelijk de relatie te zien tussen de doorzichtigheid van het water (boven) en het vangstsucces van de Grote Stern (onder).