Macrobenthos (organismen die op of in de bodem leven en groter zijn dan een mm) speelt een belangrijke rol in het Wadden ecosysteem. Zij vormen een belangrijke voedselbron voor vogels. Door menselijke ingrepen die tot bodemdaling in de Waddenzee leiden, kan er een effect op het macrobenthos van de Waddenzee optreden. Om deze effecten te kunnen voorspellen zijn statistische modellen ontwikkeld die de relatie tussen abiotische variabelen en macrobenthos in de Waddenzee ontwikkeld.

De door Rijkswaterstaat verzamelde gegevens over macrobenthos in de Waddenzee zijn gebruikt als invoer voor macrobenthos in de modellen. De analyses zijn uitgevoerd voor kokkels, mossels, nonnetjes, rode draadwormen en wadslakjes. De gebruikte abiotische variabelen zijn diepte, droogvalduur en bodemschuifspanning ten gevolge  van stroming. De diepte is afgeleid uit metingen en voor de twee andere abiotische variabelen is beroep gedaan op een  hydrodynamisch model van de Waddenzee. Dit is gedaan om de metingen van deze abiotiek in het gebied in tijd en ruimte beperkt zijn en niet aansluiten bij de macrobenthos metingen. De geselecteerde abiotische variabelen zullen niet de enige verklarende factoren in de verspreiding van het macrobenthos zijn. Dit geeft ook direct de beperking van de modellen aan. Bodemdaling in de Waddenzee grijpt echter wel direct aan op de gemodelleerde relaties, waardoor voorspellingen van macrobenthos dichtheid en biomassa wel goed bruikbaar zijn. 

De relaties zijn zowel univariaat (een abiotische variabele en een biotische variabele) als multivariaat (meerdere abiotische variabelen en een biotische variabele) bekeken. Diepte blijkt alleen een significante verklarende factor te zijn voor de biomassa en dichtheid van wadslakjes. De variantie in de biomassa wordt voor 46% verklaard door de diepte, voor de dichtheid is dit 52%. Droogvalduur blijkt vooral  voor draadworm, mossel en nonnetje een verklarend model op te leveren. Voor deze soorten was de verklaarde variantie hoog, meer dan een kwart werd in deze modellen door droogvalduur verklaard. Er is slechts een significante relatie met bodemschuifspanning op basis van stroming gevonden, en wel voor de biomassa van de kokkel. De hoeveelheid verklaarde variantie was echter laag.

De gevonden significante relaties zijn in de GeoValley toolkit opgenomen. Met deze relaties is het effect van bodemdaling  op macrobenthos in de Waddenzee kwantitatief te voorspellen. Naast macrobenthos modellen voor de Waddenzee is het ook mogelijk voorspelmodellen voor andere watersystemen te bouwen.

Informatie over de resultaten van het GeoValley project, over macrobentho voorspelmodellen in de Waddenzee of over de mogelijkheden om modellen te ontwikkelen voor andere watersystemen is te verkrijgen bij Belinda Kater van Alkyon /ARCADIS.